Het einde van Laos en het begin van Cambodja

Blijf op de hoogte en volg Bruno

28 Januari 2014 | Laos, Thakhèk

We waren gebleven op 14 december in Thakhek (Laos) aan het begin van iets dat bekend staat als ‘The Loop’. Dit houdt in dat je met een motorbike in een paar dagen een rondje maakt rond Thakhek. Deze Loop geniet steeds meer populariteit en is hiermee een soort begrip geworden. Wij besluiten ons niet teveel te willen haasten en er vier dagen voor uit te trekken. Na wat rondgevraagd te hebben en onze backpacks achter gelaten te hebben in een guesthouse, huren we bij WangWang een leuk Chinees semi-automatisch motorfietsje met 125CC. Aangezien Bruno in Thailand wat ervaring heeft opgedaan met rijden op een motorfiets en Lianne niet (en wat weinig vertrouwen had in haar kunde), zal Bruno rijden met Lianne achterop. Gewapend met een getekend kaartje van het gebied met erop wat overnachtingsadresjes en onze twee kleine rugzakjes gaan we op pad. Het eerste deel van de route brengt ons door een gebied met een aantal grotten. Na een hobbelige 10 km afgelegd te hebben over een binnenweg naar de Budha Cave, besluiten we eenmaal terug op de hoofdweg om de rest van de grotten over te slaan. Het landschap zelf is namelijk al bezienswaardigheid genoeg. Gedurende de dag verandert het landschap van uur tot uur. In de middag komen we aan in de omgeving van een stuuwmeer. Pas drie jaar geleden is er daar een dam aangelegd die een groot deel van het gebied onder water heeft doen lopen. Dit resulteert in meren vol boomkarkassen en geeft een behoorlijk spookachtig maar ook waanzinnig mooi effect. Op een soort hoogvlakte binnen het merengebied stoppen we voor de nacht. We kiezen voor een guesthouse dat bungalows met hangmat en uitzicht op het water biedt. Na ons te hebben geinstalleerd doet Bruno nog een onsuccesvolle poging tot vissen. Niet voldaan met de soep uit het lokale tentje in de buurt, lopen we naar het andere guesthouse in de buurt voor een extra snack. In het restaurant ontmoeten we een Nederlands stel met een Duitser en we besluiten te blijven plakken om onder het genot van een paar biertjes bij het kampvuur naar een vallendesterrenregen te kijken (Lianne zag er zeker 7!).Door het ontbreken van lichtvervuiling is dit een fantastisch gezicht.

We staan vlak voor zonsopgang op om deze aan de rand van het meer samen met het andere Nederlandse stel te bewonderen. Helaas blijkt het die morgen erg bewolkt, dus was het minder spectaculair dan gehoopt. Vanwege de wel erg korte nacht besluiten we nog even twee uur te slapen voor we doorrijden. De weg blijkt snel slechter te worden en al snel zitten we onder een dikke laag rood stof. In de dorpen waar we doorheenrijden staan borden over het opruimen van UXO’s (onontplofte bommen) uit de Vietnamoorlog. Als we aan het begin van de middag bij de volgende grote stad aankomen waar we zouden kunnen overnachten, besluiten we na een rondgang over de plaatselijke markt toch nog verder door te rijden. Met veel geluk vinden we de afslag naar een leuk meertje, maar we besluiten voor we er zijn weer om te draaien, onzeker of we goed zitten en met een lekke band. Terwijl wij bij de plaatselijke ‘garage’ onze band laten vervangen, zien we de anderen met hun motorbikes afslaan naar het meertje. Met een nieuwe band en meer vertrouwen dat het meertje er toch echt ergens moet zijn, gaan we achter ze aan. We treffen ze bij een erg spannende rivieroversteek met de motor over een houten bruggetje dat deels onderwater is gezakt. Bij het meertje besluiten we het bikkelen over te laten aan het andere stel en houden wij het droog. De dag eindigt met een prachtige afdaling een dal in waar we die nacht willen slapen. Bijna aangekomen bij het guesthouse is het even erg schrikken met een pickup die uit het niets de hoek afsnijdt en ons bijna schept. Gelukkig blijft de schade beperkt tot een paar schrammen en weet iemand met een paar klappen een omgebogen onderdeel weer recht te buigen, maar de schrik zat er goed in.

De volgende morgen blijkt het hard te regenen en we besluiten te wachten om te kijken of het nog droog wordt. Helaas moeten we tegen de middag concluderen dat de regen onverminderd doorzet en we maar beter een dag kunnen wachten. Aangezien het flink afkoelde door de regen, was de eigenaresse van het guesthouse een schat en bereid om ons al ons eten op de kamer in bed te brengen. Ontzettend lief! Na deze (gedwongen) rustdag, moeten we de dag erop een flinke afstand afleggen om zowel de Konglor Cave te zien als weer aan te komen in Thakhek. We zijn gewaarschuwd voor een verstopte afslag naar de Cave achter een tankstation en dat is maar goed ook! Na wederom een lekke band en een soms wat onberenkenare weg door de regen komen we aan het begin van de middag aan bij de toeristische trekplijster van de regio: de Konglor Cave. Dit is een immens grote grot van 7 km lang met een rivier erdoorheen. In een klein bootje met twee gidsen worden wij met veel kunde langs alle rotsen en stroomversnellingen gestuurd. We gaan redelijk op schema weer op pad, maar helaas gooit wederom een lekke band roet in het eten. Behoorlijk balen. Na wat vervaarlijke afdalingen (denk: grind in de bochten) en een lang en behoorlijk saai stuk terug naar Thakhek, blijken we net te laat terug te zijn om de avondbus naar Pakse te nemen. We willen namelijk wat tempo maken omdat op 31 december onze beide sets ouders ons zullen komen opzoeken in Siem Reap maar hierover meer in onze volgende (gast)blog!). Maar naar deze vier (soms spannende) dagen rondreizen op een motorbike zijn we het eens dat dit een ontzettend geslaagd avontuur was.

De volgende morgen blijven we wat te lang liggen en blijken de bussen helemaal niet elk uur te gaan waardoor we twee uur zullen moeten wachten op het busstation. Na meer dan een uur verschijnt er ineens toch een bus! We komen wel pas redelijk laat aan in Pakse en veel hotels blijken al vol te zitten. We weten na wat zoeken toch wat te vinden, boeken vervolgens een tour bij een ander guesthouse die beter aangeschreven staat en eten vervolgens heerlijk Indiaas bij het enige restaurant in de omtrek dat nog open is.

Inmiddels is het 19 december en gaan we vanuit Pakse op een dagtrip naar het Bolovenplateau. Naast de (haast gebruikelijke) koffie en theeplantages bezoeken we die dag zowel de hoogste (Tad Fane) als grootste (qua watervolume, Tad Fo) watervallen van Laos. Heel erg indrukwekkend. Hoeveel watervallen we ook zien, ze zijn allemaal anders en allemaal leuk. Daarnaast gaan we op bezoek bij twee stammen die in de regio wonen, de Alak en Katoe. Vooral het dorp van de Katoe maakt indruk. We krijgen er een rondleiding van een dorpeling met een talenknobbel (hij sprak wel 12 talen!) en die met veel plezier al onze vragen beantwoord. Zo is het er gewoon dat vanaf 16 jaar oud iedereen al zijn eigen doodskist heeft (die vaak onder een verhoogd huis bewaard wordt), rookt iedereen, zelfs kinderen van maar een paar jaar oud, en wordt er als er iemand ziek is of er ruzie is een hond vermoord om de slechte geesten te verjagen. Toch een beetje een ver van onze bed show soms. Bij de lunch ‘s middags tikken we een fles passievruchtsnaps op de kop die we hopen later met onze ouders te kunnen drinken. Om meer te zien van de lokale stammen, gaan we naar een soort openlucht museum met verschillende stamhuizen. Was toch een beetje raar om die huizen zo getransplanteerd in een museum te zien, al is het goed dat men zich bewust is van de waarde van dit soort stamerfgoed. Gedurende de dag raken we bovendien aan de praat met vier Duitse meisjes die samen rondreizen voor ze aan een studie beginnen. Dit is iets wat we veel zijn tegen gekomen tijdens het rondreizen. Dit jaar is namelijk voor het eerst de middelbare school in Duitsland voor gymnasiumklassen een jaar korter waardoor veel jongeren het gevoel hebben een jaar ‘over’ te hebben om te reizen. We besluiten samen de volgende dag door te reizen naar de 4000 Eilanden (Si Phan Don).

De 4000 Eilanden is een groep eilanden in de Mekong die om hun ontspannen sfeer bekend staan. Wij besluiten ons te richten op Don Khone, een van de kleinere en iets minder ontwikkelde eilanden en vinden een leuk hotel met uitzicht op de rivier en een hangmat. Hoe ontspannen de boel is, blijkt als we samen met de Duitse dames ruim een uur moeten wachten op ons avondeten. De volgende dag, 21 december, staat er een kanotour over de Mekong samen met de Duitse dames op het programma. Met z’n tweeen in een boot manouvreren wij ons tussen de eilandjes, rietpollen en andere bootjes door en over een enkele stroomversnelling. We zien wederom twee watervallen (waarvan eentje bekend staat als de grootste van heel Zuidoost Azie), zwemmen in de rivier en bewonderen zelfs een aantal rivierdolfijnen op een afstandje. ‘s Avonds pakken we nog vanaf de brug tussen Don Khone en Don Det een stukje prachtige zonsondergang mee.

Helemaal in de sfeer van het eiland brengen we een deel van de volgende dag door met boekjes lezen in een hangmat en het kijken naar de bootraces van de lokale bevolking. Daarna huren we een paar fietsen en gaan we naar een waterval en strand in de buurt. We haasten ons terug om ditmaal de hele prachtige zonsondergang mee te kunnen pakken en steken vervolgens de brug over naar Don Det omdat er op dat eiland wel pizza te krijgen is. Aangezien de zon inmiddels onder is, resulteert dit in een spannende fietstocht langs de rivier. Na een pizza gegeten te hebben in de lokale reggae bar (geen happy pizza hoor!) We fietsen terug over het eiland ipv langs de rivier en worden getrakteerd met een waanzinnige sterrenhemel. Een fantastische afsluiter van onze tijd in Laos.

De 23e laten we de 4000 eilanden achter ons en nemen we de boot (en daarna natuurlijk de bus) naar alweer het zesde land dat we deze reis aandoen (vliegtuigoverstaps niet meegerekend): Cambodja! Na wat gesteggel over het precieze bedrag dat betaald moet worden voor het visum kan de reis beginnen. Zoals de meeste afgelegen wegen in Laos is ook deze niet best, en de tourbus heeft er dan ook een beetje moeite mee. De grensoversteek zelf verloopt gelukkig zonder problemen; grensovergang is mini, en het voelt erg gek om zonder paspoort het niemandsland over te steken (de tourgids regelde de visa), maar het gaat dus allemaal goed. Eenmaal in Cambodja (een minuutje lopen) worden we opgewacht door drinkstalletjes, die donders goed doorhebben dat het even zal duren voordat we onze paspoorten terugkrijgen. We laten ons overhalen en drinken een colaatje. De beambten zijn verrassend snel: al na een kwartier heeft iedereen zijn paspoort en visum, en kunnen we verder naar Kratie. Die reis verloopt verder zonder problemen.

In Kratie worden we bij het busstation (goed, de bushalte) aangesproken door iemand die zegt voor 6 dollar een kamer voor ons te hebben. (In Cambodja gaat sinds de vredesoperaties in de jaren 90 alles in dollars, zeker voor westerlingen). Voor dat geld kunnen we natuurlijk altijd een kijkje nemen, en dat blijkt een goede keus: de kamer is prima, met nog een mooi uitzicht over de rivier ook. Het is al best wel laat inmiddels, en na wat geluierd te hebben op de kamer eten bestellen we wat lokale delicatessen (beef loklak!) in een restaurantje en proberen we ons Khmer wat op te vijzelen. Onze beide sets ouders komen immers de 31e hierheen, en dan moeten we wel een beetje indruk kunnen maken! We spreken ook met onze hoteleigenaar af om morgen een motorbike te huren zodat we de omgeving kunnn verkennen – er is een route die het ‘Mekong Discovery Trail’ heet die erg mooi schijnt te zijn.

We slapen, in verband met ons niet helemaal lekker voelen, wat uit, en stappen rond een uurtje of 10 op de motor. De geplande route is langs de rivier naar het noorden rijden, ongeveer bij de ‘100 pillar pagoda’ in Sambour de rivier over te steken en vervolgens weer naar Kratie terug te keren. Het eerste deel van de reis ging erg goed: we rijden vrolijk langs de rivier, ontbijten in het ‘sticky rice village’ met rijst uit bamboestokken, en genieten van het landschap. Voor we het weten (maar eigenlijk na ongeveer anderhalf uur rijden) zijn we al bij de pagoda, en we lunchen wat in een eettentje aan de overkant van de straat – wederom met uitzicht over de rivier. Wat is de Mekong toch gigantisch! De pagoda zelf is leuk om te zien, en het valt gelijk op dat de architectuur erg anders is dan die van Laos – veel meer pilaren (duh) en het dak zit anders in elkaar. Na de tempel uitgebreid bekeken te hebben gaan we op zoek naar de veerboot die ons de Mekong over moet varen. En daar gaat het mis – want in plaats van een veerboot naar de overkant pakken we een boot naar een (groot) eiland in het midden van de rivier. Oeps. Maar niet getreurd: dan rijden we gewoon over het eiland verder naar het Noorden, naar de oversteekplaats die ons wel helemaal over wil zetten. Het eiland zelf, en haar bewoners, lijken af-en-toe echt uit een ander tijdperk te komen: wederom ontzettend veel houten huisjes, om de zoveel meter een klein dorpje en het leven dat zich grotendeels op straat afspeelt. Na een keer of honderd gevraagd te hebben waar de oversteekplaats was (Khmer voor ‘boot’ is trouwens ‘tuk’) hebben we m gevonden en is het wachten op de ferry. Die verschijnt na een half uurtje en brengt ons, zoals beloofd, voor wat kleingeld naar de andere oever. Yes! Nu de goede weg naar het zuiden vinden, en dan zijn we weer in business en nog mooi op tijd (lees: voor het donker wordt, want in het donker rijden we liever niet op deze wegen) bij het hotel. Helaas gaan we daar de tweede keer in de fout: in plaats van vanaf de steiger 180 graden te draaien en de weg te nemen die stiekem achter onze ruggen ligt, rijden we het binnenland in.

Dat hadden we beter niet kunnen doen, want na een kwartier hebben we geen idee meer waar we zijn of zelfs of we enigzins de juiste kant op rijden. We vragen het een paar keer, ploeteren nog heldhaftig door, maar moeten uiteindelijk toegeven: we gaan het zo niet vinden, en het is inmiddels ook niet leuk meer – bijna 3 uur (haf 6 wordt het donker), en we zijn op geen enkele manier al op de terugweg. Ook de ontzettend hulpvaardige (er wordt vaak direct iemand gebeld die beter Engels spreekt, die dan gelijk om de motorfiets springt om te komen helpen) lokale bevolking weet het niet (of weet in ieder geval niet wat wij willen). Terug naar de rivier dus maar, en alles omgekeerd rijden. Als we bij de steiger aankomen zien we natuurlijk nu wel de goede weg liggen – treurig momentje voor ons. Als we nou gewoon omgekeken hadden…. We besluiten als nog die weg te nemen, en na een avontuur vol hobbels (Lianne moet zo nu en dan afstappen omdat Bruno de weg anders niet aandurft) komen we aan bij de oversteekplaats – tegenover de 100 pillar pagoda! Zucht… we hebben geen zin om de rest van de weg langs de rivier nu te rijden (het is half 5 geweest), want dat is met deze kuilen nog zeker 2 uur. Bovendien weten we niet waar de andere oversteekplaats is…. beter om het zekere voor het onzekere te nemen dus. We tillen (!) de scooter in een klein bootje en varen de Mekong terug over. Dat blijft mooi. Weer aan de juiste kant van het water rijden we in bijna een ruk door naar huis, en zijn we een half uur na het donker valt binnen. Lekker dagje weer! Gelukkig kwam alles goed.

De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat het Kerstavond is, en we tracteren onszelf op een luxe avondmaal bij een Frans restaurant in de stad – Lianne eet met feta gevulde ravioli, en Bruno zwaardviscarpaccio. Het was heerlijk.

Kerstdag wordt doorgebracht met een nogal bitse busreis: van Kratie naar Sihanoukville (langs Phnom Penh) in een dag. Volgens Google is dat 'slechts' 470 kilometer, maar gezien de erbarmelijke staat van de wegen (en de bussen) is harder dan 40 km/h eigenlijk niet mogelijk. En dan doe je er dus even over. In de minibus moeten we trouwens ook voor een extra stoel betalen. Normaal gaat men in Cambodja namelijk met vier man op drie stoelen zitten. Aangezien met ons erbij met zn drieen op drie stoelen passen al een uitdaging is, kost dat dus extra. Oh well, het is het toegevoegde comfort zeker waard. 's Ochtends vroeg worden we opgehaald door een hip minibusje (met karaokevideo's!) dat ons naar Phnom Penh brengt, waar we gelukkig de vroege overstap halen en we een uur minder hoeven te wachten. Vanaf daar stappen we over op een 'grote' bus die ons de rest van het stuk rijdt.

Goed gaar komen we rond zes uur aan in Sihanoukville, waar Bruno voor de Kerst een hip hotel heeft geboekt om ons een beetje te verwennen. Het hotel zelf is erg mooi (met zwembad!), maar de service laat helaas wat te wensen over (in drie nachten twee keer van kamer moeten verkassen...), waardoor we uiteindelijk geen fantastisch gevoel overhouden aan de stad. Jammer, want met een iets betere receptionist was het echt een toptent geweest.

Wat wel lekker is, is het eten: we eten heerlijke barbeque-kip en -tonijn aan het strand (voor geen geld), terwijl we blij kijken naar de sterrenhemel en de Chinese gelukslampionnen die overal om ons heen worden opgelaten. Tweede kerstdag blijven we vooral op onze hotelkamer en kijken we films. Uitrustdagje, maar wel boeken we een snorkeltour voor de volgende dag.

De snorkeltour zelf is niet echt een tour te noemen, want we worden gewoon op een boot gedropt die langs de verschillende eilanden in de buurt vaart. De eilanden zelf zijn prachtig, met palmstranden en dergelijke, maar de snorkelomstandigheden op het eerste eiland zijn niet best - hoge golven, veel rosten en zeeegels, en er is nog eens niets interessants te zien ook. Het draagt niet bij aan onze beleving van Sihanoukville, zullen we maar zeggen. Gelukkig kunnen we op het tweede eiland wel lekker zwemmen en een zandkasteel bouwen, en is de bij-de-tour-inbegrepen lunch uitstekend. De terugweg is andere koek: het is best koud op het water (ruim anderhalf uur varen), en de hoge golven beuken flink in op ons veredelde veerpontje. Bruno voelt zich knap beroerd; gelukkig heeft Lianne er minder last van. Na nog een nachtje in ons luxe-hotel reizen we door voor een bliksembezoek aan de laatste stad voor Ankor Wat: Battambang!

Daar gaan we dus de 28e heen, wederom een lange busreis over hobbelige wegen. We zijn nu al twee keer in Phnom Peng geweest zonder meer gezien te hebben dan een busstation! We arriveren 's avonds laat in Battambang, en vragen een tuktuk ons naar een specifiek hotel te brengen. Dicht, zegt ie. Daar hadden we op internet al wat over gelezen, dus we zetten door. Helaas bleek de beste man volledig gelijk te hebben: het hotel is inderdaad al een goed jaar dicht en ziet er behoorlijk vervallen uit. Gelukkig wil de chauffeur ons wel (kosteloos, nog wel) naar een ander hotel brengen: het Royal Hotel. Dat belooft wat! En het hotel maakt haar naam waar, want we worden ontvangen door een zeer aandachtige en uitstekend Engels sprekende staf. Wat een verademing na Sihanoukville! We zijn gelijk fan. Lianne blijft wat hangen op de kamer - het is nu haar beurt om zich niet zo lekker te voelen - en Bruno regelt eten in het restaurant, op het dakterras van het hotel. De Amok (een soort milde viscurry met veel kokosmelk) en pannenkoek met limoen, suiker en honing (een favoriet van ons beiden) gaan er goed in na een hele dag bussen.

De 29e slapen we wat uit, en vragen dan de aardige kerel bij receptie om een tour rond Battambang voor ons te regelen. Na een telefoontje staat er binnen no time een goed Engelssprekende tuktukdriver voor onze neus.Hij neemt ons die dag op sleeptouw langs de bezienswaardigheden van de stad. Na een ritje door het platteland komen we aan bij de 'bamboo train' waar we hartelijk worden ontvangen door een plaatselijke politieagent. Dit is een aardig vervallen spoorlijn waar iemand zich van heeft gerealiseerd dat als je er een soort bamboematten met twee losse assen en een bommermotertje op zet, je er met een aardige noodvaart overheen kan knallen en rammelen. De rails ligt niet overal even naadloos meer aan elkaar en de koeien doen hun best de begroeiing binnen de perken te houden, en dit geeft het hele gebeuren een charmante sfeer. Er wordt al tijden gesproken over het opknappen van de spoorlijn, maar nu het uitgegroeid is tot een toeristische trekpleister zien we dat niet zo snel meer gebeuren. De volgende stop brengt ons bij een oude tempel boven op een heuvel (zo veel trappen aaargh) waar we moeite moeten doen de kinderen die voor een fooi je koelte proberen toe te wuiven te omzeilen. Hierna worden we afgezet bij twee motorbiketaxi's die ons naar een andere tempel boven op een heuvel met een mooi uitzicht brengen. Naast de tempel worden we hier ook door een van de twee mortorbikedrivers meegenomen naar de Killing Cave in de heuvel. Helaas is het Engels erg gebrekkig, maar ook zonder duidelijke uitleg wordt de gruwelijkheid van de plek ons goed duidelijk. Dan volgt er een hobbelige binnenweg richting de laatste attractie van de dag: de Bat Cave. De weg erheen wordt spannender gemaakt door de tuktuk voor ons gaande te slaan met erin wel 8 monniken! Met de schemering komen er bij de grot in 45 minuten meer dan 4 miljoen vleermuizen in een continue stroom naar buiten gevlogen. Echt bizar om te zien, je kunt er met je hoofd haast niet bij hoeveel vleermuizen het zijn! Terwijl we hier naar staan te kijken, praten we met onze tuktukdriver over het Khmer Rouge verleden en de huidige politieke situatie die, vooral in Phnom Penh, momenteel erg gespannen is. De tuktuk neemt ons nog mee naar een andere plek om de stroom vleermuizen zich over het land te zien verspreiden. Vlak voor het echt donker is, worden we weer gedropt in het hotel.

De dertigste is weer een reisdag (door onze planning, en ons gebrek aan vertrouwen in de nachtbussen hier, zijn het er wat meer dan anders noodzakelijk zou zijn geweest). We ontbijten op het dakterras, en als we uitchecken bij ons hotel krijgen we allebei nog een sjaal mee als afscheidscadeautje. Fantastisch! Als je ooit in Battambang terechtkomt: het Royal Hotel is waar je moet zijn. Over de busreis zelf is verder niet veel te melden. In Siem Reap blijkt vrijwel alles vol te zitten: het is dan ook de piek van het hoogseizoen nu. Gelukkig voor ons waren we slim genoeg geweest om vantevoren nog even te kijken welke hotels nog wel plek hebben. Na de receptioniste overtuigd te hebben van het feit dat we geen 30 dollar gingen betalen voor een kamer als hij online voor 15 aangeboden werd, trekken we in en begint het aftellen pas goed: morgen zijn ze er!

En dan worden we allebei wakker met de wetenschap: onze ouders landen vandaag! Vanzelfsprekend halen we ze op van het vliegveld, maar eerst droppen we de tassen bij het hotel dan voor ons zessen gereserveerd is, en halen we op de lokale markt wat fruit om ze welkom te heten. Een aardige logistieke operatie op de vroege ochtend! Gelukkig zijn we nog ruim op tijd op het vliegveld, en maken we alvast een praatje met de chauffeurs die ons (met ouders) weer terug naar het hotel zullen brengen. Na een half uurtje toch wat zenuwachtig heen en weer drentelen kwamen ze dan eindelijk door de schuifdeuren. Yes! Meer daarover, en wat we met zn zessen allemaal beleefd hebben, in het volgende blog: ism Alice, Hein, Iet en Lu!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Laos, Thakhèk

Bruno

Actief sinds 02 Aug. 2013
Verslag gelezen: 586
Totaal aantal bezoekers 22692

Voorgaande reizen:

02 Augustus 2013 - 31 December 2013

Mijn eerste reis

Landen bezocht: